De Nederlanders hebben hun keuze voor het komende Eurovisie-songfestival gemaakt. De 17-jarige kapster Sieneke zal hun land op 29 mei verdedigen met het liedje “Ik ben verliefd – Sha-la-lie”. Dat is natuurlijk, als ze door de halve finale geraakt op 25 of 27 mei. De titel van het liedje voorspelt echter niet veel goeds, een eerste keer luisteren ook niet. Het meisje, dat er overigens geen 17 uitziet, heeft een vreselijke stem. De eerste noten zijn niet erg vast en dan die “r”! Een rollende “r” wordt vaak gebruikt door Nederlanders, maar goed ontwikkeld is de hare niet. Ook de tekst is niet bijzonder origineel en zingen in het Nederlands levert niet echt een meerwaarde. Verder heeft ze geen act. Misschien denkt ze daar best nog eens over na, aangezien de laatste jaren de spectaculairste en mooiste acts vaak hoog eindigden. Persoonlijk vind ik het orgel wel iets hebben, maar dat is het dan ook.
Het liedje doet me een beetje denken aan “Baby, baby” van Nicole en Hugo uit 1973. Beide liedjes hebben een infantiele tekst en meezingrefrein. Mogelijk gaat Sieneke ook bij het resultaat Nicole en Hugo achterna. “Sha-la-lie” doet het waarschijnlijk zeer goed op Schlagerfestivals, een meezinger is het zeker, maar een kanshebber in Oslo? Ik denk het niet. Oordeel gerust zelf.
Hoort bij: Zonder reden
Bedankt voor de “Welkom terug!”-wensen, Mathias. Maar die foto was nu ook niet nodig…
Vorige nacht was de eerste nacht in het ouderlijk bed in enkele weken tijd. Aangezien het in Gent intersemesteriële vakantie is en ik de sleutel van mijn kot nog niet in handen heb, slaap ik nog een weekje thuis. Mijn erasmusperiode zit erop moet u weten, en België is opnieuw mijn vaste verblijfplaats geworden.
Uren heb ik nog wakker gelegen gisterenavond. Mijn kussen is te hard en mijn rug had een soort van kramppijn. Mogelijk is mijn matras thuis te hard, maar een meer plausibele verklaring is dat de matras in Groningen mijn rug in een verkeerde slaappositie dwong en ik daar nu de gevolgen van draag. Het was, toen ik daar wakker lag te liggen, dat het me opviel. De Stilte. Met een grote S. Er was werkelijk niets te horen, helemaal niets. Buiten geen auto’s, niemand die schuifelt door de gang, geen gekraak van het huis. Ik ben daar begonnen met het schrijven van deze blogpost. In gedachten weliswaar. En die klonken luider dan de stilte.
Het irriteerde me dat het zo stil was. Ik ben het niet meer gewend. In een gebouw met 150 studenten maakt altijd wel iets of iemand lawaai. Eenmaal het weer wat beter wordt, is thuis die stilte soms ook ver te zoeken wegens vogels, tractoren en wandelaars. Ik wil er heel graag van genieten, maar erin slapen blijft nog even moeilijk vrees ik. Ik vraag me af of veel mensen dat nog meemaken. Een moment waarop werkelijk niets te horen is. Persoonlijk denk ik dat het een zeldzaam fenomeen is, zelfs op het platteland. We wonen hier in stiltegebied, maar eerlijk gezegd is dat meestal wat overroepen. Behalve vorige nacht dus. Ik ben benieuwd of het vanavond weer zo donders stil zal zijn.
Zoals beloofd: het lijstje met alles wat ik hier zal missen, recht uit mijn herinneringen.
- Mijn “kamer”genootjes: Burzu, Zuzanna, Felicity, Ana, Andres, Hillary, Rachel, Liili, Laura, Paulien en Annie.
- Mijn vrienden bij ESN: teveel om op te noemen!
- De hele avond en nacht op een piepkleine kamer zitten met 10 man en toch meer mensen blijven uitnodigen omdat de alcohol op is.
- Albert Heijn, AH voor de vrienden: de meest zalige winkelketen ooit! Ik zou er een hele post aan kunnen wijden! (en misschien dat die er ook nog komt)
- Het uitzicht over Groningen vanuit mijn kamer. Op de zesde verdieping wonen heeft zijn voordelen.
- De shoppinguitstapjes met behorende thee en taart met Sigrid!
- De café-avondjes met Tim.
- Mensen blij maken met Belgische chocolade.
- Concerten in de Vera.
- De feestjes in de common room en dan vooral de verkleedfeestjes!
- 20 tulpen kunnen kopen voor drie euro.
- Zelf mijn was mogen/kunnen doen. Ja, ik vind dat heel fijn!
- Hele dagen alleen in het Engels praten en er dan per ongeluk spontaan iets Nederlands tussen gooien.
- De Nederlanders: luid, hoffelijk, vriendelijk, spontaan!
- Rooibos, verse munt,… mmm thee.
- Het centrum van Groningen: altijd gezellig en volks.
- De markt drie keer per week: vlees, vis, fruit, groenten, noten, olijven, kruiden, kaas, sjaals, handtassen, prullaria, … alles!
- Kaas: in alle zijn vormen, maten, geuren en smaken.
- Lekker kraantjeswater.
- De H&M, want die is hier veel leuker dan thuis (echt waar, vraag maar aan Sigrid!).
- Hollands: Ik hoor het liever en liever elke dag.
- Goede, veilige, platte fietspaden.
- Het water dat kronkelt doorheen de stad.
- Het noorderplantsoen, zo een mooi stukkie park!
- De Hema en de Hünkemoller, want goedkoper dan thuis (voor een student telt elke cent!).
- Meeneemkoffie kunnen kopen in elke straat.
- Les krijgen in een modern gebouw.
- Onbeperkte downloadlimieten. Ik kijk echt niet uit naar de smallband-dagen op kot in Gent.
- Proffen aanspreken met “Roel” en “Gerard”.
Er is ook een lijstje “dingen-die-ik-niet-zal-missen”. Heel wat korter dan dat hierboven, gelukkig maar.
- Het brandalarm horen afgaan gedurende 45 minuten om 2u ’s nachts.
- De keuken zonder tafel en dus niet zo gezellig als die in Gent.
- De schoolkinderen onder mijn raam die blijkbaar alleen maar kunnen roepen tegen elkaar.
- Altijd moeten wisselen tussen twee gsm’s.
- De logo’s en het vriendje missen!
- Douches met een drukknop.
- De geur van gekookt eten om 9u ’s morgens.
Oh wat ben je mooi. Wat ben je charmant. Je ziet er oogverblindend uit. Fantastisch! Je bent zo ontzettend aantrekkelijk. Ik vind je geweldig, gewoonweg geweldig. Wat ben je uitzonderlijk mooi. En wat heb je een indrukwekkende bos haar. Zo een enorme volle haardos met van die wulps springende lokken en krullen. Jouw haar zit op de een of andere subtiele manier altijd goed in model. En ook valt het altijd op een vanzelfsprekende natuurlijke manier. Wat heb je glanzend, gezond en vol haar. Ik vind je heel bijzonder. Je bent ontzettend knap. En je lieflijke voorhoofd, wat heb je een schitterend voorhoofd. Een hoog en voornaam voorhoofd. Een schoon voorhoofd dus. Jouw fraaie, rimpelloze voorhoofd is indrukwekkend zonder pathetisch of overdreven te zijn. Dat komt natuurlijk ook door die wenkbrauwen van je. Wat een sierlijk getekende wenkbrauwen heb je. Wat een prachtige, krachtige bogen. Alsof een schilder ze er met een perfecte symmetrie op heeft gepenseeld. Wat een uitzonderlijke wenkbrauwen. En dan daaronder je ogen! Wat een fantastische, exceptionele ogen met van die attractieve oogwimpers. Van die lange donkere wimpers die je juist dat tikje mysterie meegeven. Het zijn ogen om in te verdrinken. En het maakt helemaal geen verschil of het nu het linker of het rechter is, ze zijn allebei indrukwekkend en buitengewoon bijzonder van kleur. En als ik kijk in de poppetjes van je ogen dan word ik helemaal week van binnen. Je ogen zijn gemaakt van diamanten en robijnen. Wat een innemende ogen. Heb ik het al gezegd? Ik vind je geweldig! En dan je bevallige neus tussen die stralende ogen. Wat een welgevormde en sierlijke neus heb je. En zo klassiek van vorm. Het is crème de la crème, het neusje van de zalm. Je bent eigenlijk heel apart en bijzonder. En dat geldt ook voor je jukbeenderen. Wat een aangenaam geprononceerde jukbeenderen heb je. Heel aanwezig maar toch ook weer niet enorm vooruitstekend. Ze passen perfect bij de vorm van je gezicht. En dan, nog iets verder naar buiten: je oren. Wat heb je prachtige oren. Lieve oortjes. Van die allemachtig aantrekkelijk gevormde organische schelpen. Heel sympathieke oren, echt van die kleine om-op-te-vreten schattige snoepjes van oren. Zeldzaam aantrekkelijke oren. En had ik het al gehad over die beeldige mond? Wat een innemende mond heb je. Een appetijtelijke mond durf ik zonder overdrijven te stellen. Wat een sierlijke, volle rode lippen. En onder die lippen wat een prachtige, witte tanden. Ze blinken zo schitterend dat je bijna een zonnebril nodig hebt om naar je te kunnen kijken. Wat heerlijk als je met je hagelwitte tanden mij bekoorlijk glimlachend aankijkt. Al met al ben je ongewoon mooi. En dan tot slot, je bevallige kin. Wat een perfecte afronding van een goddelijk gezicht. Die kin, dat is een kin zoal geen ander er een heeft.Wat een elegante kin. Jouw kin is zo perfect uitgelijnd en in balans met al die ander schitterende, fraaie kenmerken van je gezicht. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik je die kin van jou een ideaal gedimensioneerde gezichtsbeëindiging vind. Wat een prachtig gevormde kin zeg. Je hebt als ik alles bij elkaar neem een heel fijn gezichtje. Een gracieus gezicht. Een prijzenswaardig gezicht. Verheven en toch ook zeer aangenaam om naar te kijken alsmede aanlokkelijk om te zien. Oh wat ben je mooi. Je ziet er oogverblindend uit. Fantastisch. Je bent zo ontzettend mooi. Ik vind je geweldig, gewoonweg geweldig. Oh, wat ben je mooi. Zo mooi, zo mooi, zo buitengewoon mooi.
Bron: de spiegel op het vrouwentoilet van café Mulder in Groningen.
Mijn laatste twee weken in Groningen zijn ingegaan. Op 1 februari bevind ik me weer op Belgische bodem en deze keer niet voor een dagje of twee. Ik zal eerlijk met u zijn: ik heb er geen zin in. Ik wil hier blijven, zo simpel is dat. Niet omdat ik mijn vriend, vrienden en vriendinnen, familie niet mis -dat is absoluut het geval- maar omdat het hier zo leuk is. Had men mij nu de kans gegeven om nog een half jaartje te blijven, dan had ik geen seconde getwijfeld. Het klinkt niet mooi voor de mensen thuis die mij maar al te graag terug zien komen, maar ik kan er niets aan doen. Ik ben helemaal verliefd geworden op Groningen en bij uitbreiding Nederland. Daar horen ook de Nederlanders bij. Het is een zalig volk en ik wil er nooit nog een slecht woord over horen. Ze zijn immer vriendelijk, open, sociaal en wij Belgen kunnen er nog iets van leren. Er komt trouwens nog een lijstje aan met alles wat ik zal missen.
Ik ben een beetje aan het balen nu. Er is nog zoveel dat ik hier wil doen en de tijd is zo kort. Op het lijstje staan onder andere nog een Vera-concert, het Groningermuseum, shoppen in de V&D en een bezoek aan Mamamini. Een retourtrip tijdens de paasvakantie staat al gepland (met dank aan Sigrid voor het bed), maar het neemt het “hmpf-ik-moet-bijna-naar-huisgevoel” niet weg. Samen met mij vertrekt een groot deel van mijn hier opgebouwde vriendenkring. Er is dus wel het voordeel van vele afscheidsfeestjes. Tegelijkertijd is het lastig omdat je weet dat je de meeste van hen nooit meer zal zien en dat steekt wel een beetje. Ik ben facebook oneindig dankbaar voor het gemak waarmee je contact kan houden met elkaar.
Dit is eigenlijk een post zonder een punt. Of misschien toch: “Groningen, ik zal je missen!”.
Het lied van de week is Anouk met “Woman”:
Het liedje van vorige week was “Days like this” van Kim Taylor:
Het liedje van de week daarvoor was van Alexi Murdoch “Orange sky”:
Zo, ik ben weer helemaal up-to-date en vanaf volgende week vindt u hier weer braaf één liedje per week.
Als het in België sneeuwt of vriest kan je er prat op gaan dat het bord met vertrekkende treinen rood kleurt. Want “de wissels zijn bevroren” of ”er is een stroomonderbreking”. De NMBS en voorbereid zijn gaan niet samen. De NMBS en problemen oplossen gaan nog minder samen. Ook de Nederlandse spoorwegen hebben last van het winterweer. Enkele treinen naar het noorden worden afgeschaft en vertraging is ook hier een gekend probleem. Maar oplossingen hebben ze wel. Het “zoutkaartje” is er een van. Om de drukte tijdens de spitsuren te verminderen en dus treinen te kunnen inzetten met een verminderde capaciteit, wordt er aan de reizigers een ticket aangeboden met een korting van 40%: het “zoutkaartje”. Voorwaarde is dat je reist tijdens de daluren. Het kaartje is enkel beschikbaar op dagen met hevige sneeuwval, maar miste voorlopig zijn effect niet: 10% van de reizigers wisselden een spitsuurtrein in voor een daluurtrein. Het lijkt misschien niet veel, maar wie af en toe de trein neemt rond 7u30 of 16.30 zou maar al te graag 10% van de reizigers uit de trein gooien.
Het “zoutkaartje” is niet de enige verdienste van de Nederlandse spoorwegen. Om te vermijden dat ’s nachts de wissels bevriezen, sturen ze -passagierloze- treinen over het spoor. “Weer extra kosten” denkt u misschien, maar je kan me niet wijs maken dat al die vertragingen door bevroren wissels geen geld kosten. De NMBS kan misschien het geld gebruiken dat ze uitsparen door het afschaffen van enkele kortingstarieven.
U zal het waarschijnlijk wel al eerder opgemerkt hebben; ik ben geen fan van de NMBS. Dat wil echter niet zeggen dat ik niet van treinreizen hou, wat dat doe ik absoluut wel. De trein blijft een van mijn favoriete vervoersmiddelen, ondanks alle problemen. En wie weet, ooit kijkt de NMBS eens naar hoe onze noorderburen het voor elkaar krijgen en trekt ze er effectief lessen uit…
Hoort bij: Groningen, Vervoer, natuur | Tags: Groningen, sneeuw, treinrit, winterse taferelen
De treinrit van Brussel-Zuid naar Groningen in dit winterse weer levert mooie taferelen op:
- eenmaal over de grens bestaat het landschap enkel nog uit vlaktes zo ver het oog reikt. Vlaktes bedekt met een dikke laag onaangeroerde spierwitte sneeuw.
- een reiger met -hoogstwaarschijnlijk- bevroren poten in een ondiep rievertje, vissend naar wat lekkers.
- een wit konijn, huppelend in de witte sneeuw.
- waterkiekens en eenden, vechtend voor het laatste stukje niet-bevroren meer.
- een prachtige sneeuwhemel, gehuld in een lichte mist. Net een wattendeken boven je hoofd.
Voor de laatste treinrit te zijn, was het een bijzonder mooie!
P.S. Het zijn beelden zonder foto’s, aangezien de camera diep in de koffer zat weg geborgen. Je fantasie aanspreken kan ook eens deugd doen…
Hoort bij: School | Tags: examens, Gent, Groningen, vakantie, werkstuk afasiologie
In tegenstelling tot veel van mijn medestudenten in Gent en Groningen heb ik geen examens. Ik ben er absoluut niet rouwig om. De laatste examenperiodes liggen nog vers in mijn geheugen en gaan niet gepaard met gelukkige herinneringen. Ik was echt het leren moe. En toen kwam Erasmus Groningen… zonder examens! Voor het eerst in vier jaar heb ik nog eens genoten van de kerstvakantie, geen schuldgevoels gehad bij het vieren van kerst en nieuwjaar en ben ik naar de januarisolden kunnen gaan! Uiteraard staat er iets tegenover. Geen examens betekent enkel dat er niets te leren valt, de punten moeten wel nog van ergens anders komen. Dus ben ik vol goede moed aan het schrijven aan mijn werkstukken. Nu ja, werkstuk. Het tweede moet pas af zijn halverwege februari en zal dus nog even met uitstelgedrag geconfronteerd worden.
Het werkstuk waar ik nu aan bezig ben is er eentje voor het vak afasiologie. In de loop van het semester hebben ik en vier medestudenten onderzoek gedaan naar de waarschijnlijkheid waarop woorden goed worden uitgesproken door patiënten met verbale apraxie. De theoretische resultaten hebben we dan vergeleken met resultaten uit de praktijk. Het verslag daarvan ben ik nu aan het schrijven. Eigenlijk is het gewoon een kleine thesis: 15 pagina’s in de stijl van een artikel.
Er resten me nog drie dagen. Woensdag wil de prof -Roel voor de studenten- de volledige worddoc in zijn mailbox zien en geloof me, er is nog werk aan. De inleiding en proefpersonen staan op papier en in de volgende uren volgt de methode. Dus als u een kaarsje doet branden voor de studenten met examens, denk dan ook even snel aan diegenen die hun punten moeten verdienen op een andere manier. Dit gezegd zijnde wens ik alle studenten met èn zonder examens heel veel succes!